Beginpagina DHTK
Woningcorporaties moeten zich alleen met hun woningen bezighouden volgens een onderzoek naar de effecten van te nemen maatregelen in probleemwijken
Woningbouwverenigingen geven niet alleen geld uit aan villa's voor de directie of bodemloze put projecten. De corporaties steken jaarlijks ook honderden miljoenen in de Vogelaarwijken prachtwijken krachtwijken Weggegooid geld, zo blijkt nu uit onderzoek.

We citeren: "Vooralsnog niet kan worden geconcludeerd dat investeringen in barbecues, buurtcomités en buurtregisseurs maatschappelijk zinvol zijn geweest." Sterker nog, in veel gevallen is het effect zelfs averechts. Het gaat dan bijvoorbeeld om straatfeesten waar niet iedereen is uitgenodigd, waardoor de barbecue ontaardt in een grote foodfight. De woningbouwverenigingen krijgen het advies om zich gewoon met hun core business bezig te houden: de exploitatie en het onderhoud van woningen. Vogelaartje spelen moeten ze aan de overheid overlaten. Hoewel dat ook niet echt werkt.
In wezen is het ook een idioot idee. Wie gaat er bijvoorbeeld de particuliere eigenaren dwingen een gedeelte van hun huurinkomsten te besteden aan de algemene openbare ruimte en leefbaarheid?
Of hebben we hier nu een precedent geschapen en kan de particuliere verhuurder binnenkort een extra heffing verwachten?
Zie hier het volledige rapport over Nederlandse probleemwijken (74 pagina’s pdf) Verplichte kost voor beleidsmakers of wat daar voor door denkt te moeten gaan.
Even de belangrijkste punten in vogelaarvlucht;
Dit onderzoek richt zich op het effect van de sociale investeringen van woningcorporaties op problemen op het gebied van overlast, onveiligheid en verloedering in Nederlandse buurten en wijken.
De hypothese dat de investeringen van corporaties géén effect hebben gehad op het terugdringen van overlast, onveiligheid en verloedering in de buurt kon niet verworpen worden.
De effectiviteit van de sociale investeringen van woningcorporaties kan vooralsnog dus niet worden aangetoond. De doelen die door de woningcorporaties worden nagestreefd met investeringen in het kader van leefbaarheid worden niet aantoonbaar met die investeringen, maar vooral met de verkoop van sociale huurwoningen, herstructurering en het onderhoud aan gebouwen bereikt; de sociale activiteiten die speciaal op het aanpakken van die problemen zijn gericht hebben geen meetbaar effect.
Vooralsnog kan dan ook niet worden geconcludeerd dat investeringen in buurtbarbecues, buurtcomités en buurtregisseurs maatschappelijk zinvol zijn geweest.
De effecten van sociale investeringen op de bewonersomgeving werden onderzocht in een vergelijkende studie tussen Engeland en Denemarken. In Denemarken werden 500 wijken met een totaal van 115.000 woningen aangewezen als achterstandswijk. Er werd een voormeting gedaan. In de wijken was sprake van achterstallig onderhoud, vandalisme en criminaliteit. In sommige buurten werd overlast door alcohol en drugs gerapporteerd.
Meer dan de helft van de wijken had een slechte reputatie. Een derde van de wijken had problemen met een hoge concentratie immigranten. Om de problemen op te lossen werden: lokale netwerken versterkt om sociale uitsluiting tegen te gaan (sociaal werkers en sociale activiteiten in de wijk); de marktwaarde van de huizen verhoogd door renovatie; de toewijzingsprocedure voor de woningen veranderd en de negatieve consequenties van de wijk zelf verminderd (extra leraren op de buurtscholen).
Na twee jaar werd een evaluatie gedaan.
De problemen met integratie bleven gelijk, de onderzoekers verklaren dit doordat er in de periode dat de initiatieven liepen meer immigranten in de wijken zijn komen wonen. De omstandigheden waren dus veranderd. Het belangrijkste resultaat was dat het gevoel van de bewoners over hun wijken was verbeterd en dat personen die een baan vonden vaker bleven wonen in de wijk (Anderson, 2002). Een beperking van dit onderzoek is dat de uitkomsten zijn gebaseerd op percepties van bewoners (en niet van potentiële bewoners buiten de wijk). Er werden geen objectieve vastgestelde gegevens gebruikt in dit onderzoek en ook de eventuele waardestijging van woningen door het beleid werd niet bekeken.
En met het gevaar Norder in de kaart te spelen met zijn hoogbouw;
Een wijkgerichte aanpak zorgt door het betrekken van de gemeente en de bewoners voor meer decentralisatie van bestuur en participatie maar moet wel aansluiten bij externe factoren zoals de regio. Volgens Cole is in de huidige tijd de wijkgerichte aanpak niet de beste oplossing (Cole et al, 2005, p 90). Beter is het de regio als geheel te bekijken zodat effecten van de-industrialisatie kunnen worden meegenomen, en vanuit die blik het woningaanbod te transformeren zodat het voldoet aan de vraag in de regio (bijvoorbeeld meer behoefte aan groen of juist aan hoogbouw). Mede door dit inzicht is momenteel een verandering gaande naar een zogenaamde ‘multi level’-benadering waarbij meer centrale sturing wordt toegepast.
Denemarken slaagt er volgens Cole (et al., 2005) beter in dan Engeland om in te spelen op de veranderende vraag op de woningmarkt en geografische ongelijkheden.
Er bovenop zitten helpt maar jongeren blijven voor overlast zorgen.
De bewoners in de wijken waar sociale en fysieke investeringen zijn gedaan rapporteren: een afname van rommel op straat, een afname van bekladding van muren en gebouwen in de buurt, een zeer lichte afname van overlast van groepen jongeren, een afname van het aantal dronken mensen op straat en een afname van het aantal autodiefstallen. Het lastigvallen van mannen en vrouwen bleef gelijk en er was een lichte toename van geweld in de buurt, de aanwezigheid van politie op straat steeg sterk.
Hoewel daar gauw een eind aan gemaakt zal worden als het aan Madame Nadorst ligt.
Kan dat mens niet opgenomen worden in een kliniek voor alcoholverslaafden?
Al met al lijkt dus een verbetering van de leefbaarheid (in termen van overlast en criminaliteit) te zijn opgetreden. Deze percentages waren in het algemeen gunstiger dan in de andere wijken (waar geen beleid werd gevoerd).
De resultaten van de studies laten zien dat effecten van sociale investeringen in de bewonersomgeving niet duidelijk zijn. De gekozen meetmethode is een belangrijke oorzaak. De percepties van de bewoners van de wijken waar investeringen hebben plaatsgevonden zijn niet objectief en ook niet representatief. Ook zijn percepties van niet-bewoners niet gevraagd, terwijl deze wel van belang zijn: de percepties van niet-bewoners (vanuit hun nog niet zo vervuilde wijken) bepalen immers of zij in een wijk willen wonen (of winkelen) en zijn daardoor eveneens van groot belang voor de ontwikkeling van een wijk.
Empirisch onderzoek naar de effecten van sociale investeringen in wijken blijkt uit het bovenstaande nog altijd gebrekkig te zijn. Voor zover gemeten wordt, gaat het vaak om de percepties van bewoners, waarbij de percepties van niet-bewoners buiten beeld blijven. Ook negatieve uitstralingseffecten buiten de wijk blijven onder de radar en een wat hardere kwantificering van effecten – de stap van verbeterde cohesie of perceptie naar verbeterde leefbaarheid en uiteindelijk de maatschappelijke welvaart- wordt vaak niet gezet.
Lees meer in het volledige rapport; De baat op straat
Als u reageert, vergeet niet het sommetje in het reactievenster in te vullen. Zie ook deze pagina en deze.
Bij storing; mail uw bericht naar webmaster@denhaagtekijk.nl
links: digg this del.icio.us technorati reddit